Wij zijn de goeden, maar dat boeit je niet.
Lo bueno es que aquí estamos, pero a usted no le importa.
Heel mijn leven heb ik gedacht dat mijn ouders de goeden waren.
Toda mi vida... creí que mis padres eran de los buenos.
Je hebt gewoon geluk dat hij met een van de goeden samenwerkt...
Tienes suerte de que esté trabajando con uno de los buenos...
Geloof me, ik weet het verschil tussen de goeden en de slechten.
Créeme, conozco la diferencia entre los buenos y los malos.
De goeden vinden het niet erg en dat zijn de meesten.
A los buenos no les importará y son la mayoría.
Ik neem aan dat die extra vier niet de goeden zijn.
Supongo que esos cuatro extra no son de los buenos.
Het betekent ook dat niemand prijzen geeft aan de goeden.
Significa que tampoco hay nadie que recompense a los buenos.
Ik moet gewoon hopen dat je een van de goeden bent.
Sólo tengo que esperar que eres uno de los buenos.
Ze vinden wel iemand die het aankan om voor de goeden te werken.
Me imagino que encontrarán a alguien que aguante trabajar para los buenos.
Ze zijn allemaal zo in hun eerste jaar, de goeden tenminste.
Todos son así el primer año, al menos los buenos.
Het punt is dat er goeden zijn en slechteriken.
El quid de la cuestión es que hay buenos y malos.
Dus je zegt nu dat jullie de goeden zijn.
Así es que me está diciendo que ustedes son los buenos.
En wie weet winnen de goeden uiteindelijk.
Y quién sabe, quizás los buenos ganen al final.