Haar maakt het niet uit, maar ik wil een jongetje.
A ella le da lo mismo, pero yo quisiera un niño.
Een jongetje loopt naar de badkamer... midden in de nacht.
Un niño está yendo al baño en el medio de la noche.
Een man die net doet alsof hij hecht terwijl een jongetje doodbloedt.
Un hombre que finge suturar mientras un chico se desangra a muerte.
Ik ben niet meer hetzelfde bange jongetje dat je in een cel gooide.
No soy el mismo chico asustado que encerrabas en una celda.
Ik wil één miljoen dollar, anders krijgt niemand dit jongetje...
Quiero un millón de dólares o nadie verá nunca a este pequeño...
Ik denk dat mensen pijn doen dat kleine jongetje niet terugbrengt.
Que lastimar gente no va a devolverle la vida a ese pequeño.
Ik bedoel, ieder klein jongetje en meisje uit dit land...
Es decir, hasta el último niño o niña en este país...
Nou, het kleine jongetje komt erachter dat de opzichter komt...
El niño se entera de que va a venir un guarda forestal...
Ik speelde in de bossen toen ik een klein jongetje was.
Yo solía jugar en estos bosques, cuando yo era un niño.
En ik ben vergeten wat er met dat jongetje is gebeurd.
Y olvidé lo que sea que le haya pasado a ese niño.
Ik denk terug aan dat jongetje en de toekomst die hij had.
Pienso en ese niño, en todo lo que tiene por delante.
Toen ik een jongetje was, kwamen er mensen naar mijn dorp.
Mira, cuando era niño, unos hombres vinieron a mi villa.
Op straat was er een jongetje spelen met twee ballonnen, en...
En la calle había un niño jugando con dos globos, y...