En hun wil om uit te lenen hangt af van hun vertrouwen.
Y su disposición a prestar depende de la confianza que tienen.
Als ik je fiets mag lenen, dan raak ik wel thuis.
Si me prestas tu bicicleta, me puedo ir sola a casa.
Hij heeft misschien wel een reserve, die je kan lenen.
Ik wilde de auto lenen en de sleutels van zijn huis.
Gewoon kijken of ik een aantal van je bordspellen kan lenen.
Je kunt een auto uit het wagenpark lenen totdat je gesetteld bent.
Puedes tomar prestado uno del parque móvil hasta que te lo solucionen.
Een boek lenen en dat niet teruggeven... is ontzettend lomp.
Tomar prestado un libro y no devolverlo es el colmo de la grosería.
Ik vind het een slecht idee om mensen geld te lenen.
Sí, creo que es una mala idea prestarle dinero a la gente.
Ik heb best leuke hemden als je er eentje wilt lenen.
Tengo un montón de camisetas, si quieres te presto una.
Als je iets moet lenen voor de bruiloft, zeg het maar.
Si necesitas que te preste algo para la boda, dímelo.
Je kent vast wel iemand die ons zijn truck laat lenen.
A menos que conozcas a alguien que nos preste su auto.
Jij mag hem lenen, dan ben je niet alleen.
Toma, te lo presto, para que nunca estés solo.
Misschien is er iets in die boerderij we kunnen lenen.
Tal vez hay algo en esa granja que podamos pedir prestado.