Dos de mis hermanos y yo nos pondremos esto para la boda.
Ik en twee van mijn broers dragen dat op de bruiloft.
Oh, sí, iría a una boda cada día si pudiera.
Ja, ik zou elke dag naar een bruiloft kunnen gaan.
Tiene que cancelar la primera boda y llevar a cabo la segunda.
Hij moet 't eerste huwelijk annuleren en het tweede voltrekken.
Espero que pueda cantar en la boda de su hija el sábado.
Ik hoop dat ze zaterdag op haar dochters huwelijk kan zingen.
Eres como la novia de un sultán el día de su boda.
Je bent als de bruid van een sultan op haar trouwdag.
La primera vez que nos conocimos fue el día de nuestra boda.
De eerste keer dat we elkaar ontmoetten was op onze trouwdag.
En la boda de tu hermana, vestías ropas nuevas y brillantes.
Op de bruiloft van je zuster, droeg je nieuwe kleren...
Ellos nunca me harían algo tan aburrido como esto para mi boda.
Zij zouden niet zoiets saais als dit voor mijn bruiloft maken.
Ya tenemos a alguien que va a oficiar la boda para nosotros.
We hebben al iemand, die onze bruiloft voor ons doet.
Me robó el darle a mi hija la boda que se merecía.
Hij heeft me beroofd om mijn baby een bruiloft te geven.
La boda es una excusa para que todos puedan ir a verla.
De bruiloft is een excuus, zodat iedereen haar kan zien.
No es ningún secreto que yo no quería este tipo de boda.
Het is geen geheim dat ik niet zo'n soort bruiloft wilde.
Lo entiendo, después de la escena que hizo en tu boda.
Dat begrijp ik, zeker na haar vertoning op je bruiloft.