Dijo que soy la clase de mujer con quien le gustaría casarse.
Hij zegt dat ik de vrouw ben waarmee hij wil trouwen.
Mancuso, somos cuatro, y estas señoritas que van a casarse.
Mancuso, vier van ons en deze dames die gaan trouwen.
El documento oficial que dice que es viuda y puede casarse de nuevo.
Dit officieel document zegt dat ze weduwe is en kan hertrouwen.
Piensa en todos esos viudos que se mueren por volver a casarse.
Denk eens aan al die weduwnaars die dolgraag willen hertrouwen.
Ahora tenemos que averiguar qué pareja famosa en la ciudad va a casarse.
Nu moeten we erachter komen welk beroemd koppel hierna gaat trouwen.
Estaban a punto de casarse, pero la dejó por una más joven.
Ze gingen trouwen, maar hij dumpte haar voor een jonger...
Y aceptó casarse con alguien a quien odia por el bien general.
En je trouwt met iemand die je haat voor een hoger doel.
Su verdadero delito era casarse con alguien fuera de su propia raza.
Hun echte misdaad was trouwen met iemand van andere afkomst.
La chica con la que esperaba casarse antes de su prematura muerte...
Het meisje met wie hij wilde trouwen, maar dat gestorven was...
Si tiene suerte, podrá ver casarse a sus hijos de plástico.
Als hij geluk heeft; zal hij zijn plastic kinderen zien trouwen.
Su novia estaba en la peluquería... y dijo que estaban por casarse.
Zijn vriendin liet haar haar doen en vertelde dat ze gingen trouwen.
Aparte de los regalos y el alcohol, dime tres razones para casarse.
Geef me drie redenen om te trouwen, naast cadeaus en drank.
Porque soy la novia con quien va a casarse, por eso.
Omdat ik de vriendin ben, waarmee hij gaat trouwen, daarom.