Primero luchas una hora, luego lo arruinas todo con un cigarrillo.
Eerst een uur sporten, daarna alles verpesten met een sigaret.
Quizás, por accidente, pongas tu cigarrillo en el sitio exacto.
Misschien heb je per ongeluk je sigaret op de locatie uitgedrukt.
Las líneas en su rostro son debido al cigarrillo probablemente, sospecho.
De rimpels op haar gezicht zijn waarschijnlijk aan roken te wijten.
En esa casa de ahí. Fuera, echando un cigarrillo.
In dat huis daar. Ik stond buiten te roken.
Seguro, pero deshazte del cigarrillo si oyes venir a alguien.
Natuurlijk, maar gooi de peuk weg als je iemand hoort komen.
Solo tiré un cigarrillo por la ventana y perdí el control.
Ik gooide mijn peuk uit het raam en ik verloor de controle.
Encontré a un bebé con quemaduras de cigarrillo en todo su cuerpo.
Ik vond een baby met brandwonden van sigaretten, dat helpt.
Y luego encendió un cigarrillo y volvió a entrar en la casa.
En toen stak ze een sigaret op en ging terug naar binnen.
Si fuma un cigarrillo, el humo le saldrá por los puntos.
Als je een sigaret rookt, komt er rook uit je hechtingen.
Lo primero que hizo al salir del hospital fue encender un cigarrillo.
Zodra hij uit het ziekenhuis kwam, stak hij een sigaret op.
Porque solo entonces podrás juzgar lo bueno que es el cigarrillo.
Want alleen dan kun je beoordelen hoe goed de sigaret echt is.
Compra un cigarrillo al día, aunque le cueste más caro.
Hij koopt één sigaret per dag ook al kost dat meer.
Decidme que alguno de vosotros tiene un cigarrillo o una botella.
Vertel me dat een van jullie sigaretten of een fles heeft.