Te hacía en Escocia, pero no me coges el teléfono.
Je zat toch in Schotland? Maar je neemt nooit op.
Si coges ese dinero, él clavará sus garras en ti.
Je neemt dat geld, en hij zal zijn haken in je hebt.
Si tienes un problema, me coges a mí aparte.
Cuando te ofrecen inmunidad, la coges.
Als je immuniteit wordt aangeboden, neem je het aan.
Ahora coges el siguiente, cariño, y estamos de vuelta.
Nu pak je de volgende, schat, en we zijn terug.
Eliges un punto, después coges los prismáticos y...
Je zoekt een plek en dan pak je snel de verrekijker...
Si te entra el mono, coges un poco.
Als je het moeilijk hebt, neem je wat.
Si coges cosas, la policía lo deja pasar.
Je neemt dingen, de politie laat het liggen.
Entras en una tienda, coges una barra la labios, por ejemplo.
Je gaat een winkel binnen. Je neemt lipgloss mee, of zo.
Cuando haces que levite una manzana, no la coges.
Als je een appel laat zweven, pak je de appel niet op.
En vez de ello, coges mi dinero y quemas mi ropa.
In plaats daarvan neem je mijn geld en verbrand je mijn kleren.
No me coges el teléfono, no sé nada de ti.
Je neemt de telefoon niet op en ik hoor niks van je.
Si coges el autobús, entonces camina.
Neem je anders de bus, loop dan.