Cuando deliraba, no dejaba de decir estas palabras gitanas, er...
Toen ze ijlde, bleef ze deze zigeunerwoorden zeggen, eh...
Fue uno de los buenos, a diferencia de er...
Hij was een van de goeie, in tegenstelling tot eh...
La nueva cama er... ha llegado.
Het eh... nieuwe bed is aangekomen.
Yo lo estaba amamantando y, er...
Ik was zijn verpleegster en, eh...
Estaba en el jardín, señora, er...
Ik ben in de tuin geweest, ma'am, eh...
Ahora, sé que no me importa er...
Ik weet dat u het niet erg vindt als ik, eh...
Voy a, er, conseguir el registro.
Ik zal gewoon, eh, het register nemen.
Oh, er... eres muy dulce.
Oh, eh... je bent zo lief.
er, con los derechos de propiedad de hace miles de años...
Eh, met eigendoms rechten die duizenden jaren terug gaan.
Ese chico, él, er... se fue.
Die jongen, is, eh... hij is weg.
Sabes, pensé que podría, er...
Weet je, ik dacht dat het je, eh...
No te preocupes, solo quédate ahí por ahora y haz que se mejore y, er...
Maak je geen zorgen, blijf voorlopig maar daar en zorg dat ze beter wordt en, eh...
Conozco el área, y, er...
Laat mij gaan. Ik ken het gebied, en, eh...