Amad a vuestro prójimo y orad por aquellos que vosotros llamáis vuestros enemigos.
Bemin jullie naaste en bid voor hen die jullie je vijanden noemen.
Llevadlos en el corazón y orad por ellos.
Draag hen in jullie hart en bid voor hen.
Levantaos, y orad para que no entréis en tentación.
Staat op en bidt dat ge niet op de bekoring ingaat.
Con vuestro propio corazón subyugado y lleno de compasión y con pesar por vuestros hijos errantes, orad con ellos antes de corregirlos.
Terwijl uw eigen hart onderworpen en vol medelijden en verdriet is voor uw dwalende kinderen, bidt met hen voordat u hen terechtwijst.
Y orad por los que os ultrajan...
En bid voor hen die u geweld aandoen...
Queridos hijos, orad, venid a mí.
Lieve kinderen, bid, kom tot mij.
Levantaos y orad para que no caigáis en tentación.
Sta op en bid dat jullie de beproeving niet zullen binnengaan!
Velad y orad, para que no caigáis en la tentación.
Waak en bid dat jullie niet in verzoeking worden gebracht!
No soltéis mi rosario, orad a todo instante, porque mi adversario no descansa buscando la forma de haceros perder.
Laat mijn rozenkrans niet los, bidt te allen tijde, want mijn tegenstander rust niet om manieren te zoeken die je verloren laten gaan.
Bendecid a los que os maldicen, y orad por los que os calumnian.
Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen.
Vienen días difíciles hijitos, pero no temáis, ni os dejéis robar la paz, orad y confiad y la protección del cielo estará con vosotros.
Mijn kindertjes, er breken moeilijke dagen aan, maar vrees niet, laat dat niet uw vrede wegnemen, bid en geloof dat de hemelse bescherming met jullie is.
No descuidéis la oración, orad a todo instante, porque el mal os asecha y os ronda buscando la forma de haceros perder.
Verwaarloos jullie gebeden niet, bidt voortdurend, want het kwaad ligt op de loer en omsingelt jullie en zoekt naar manieren om jullie verloren te laten gaan.
Hijos míos, se acercan los días de mi pasión, no me abandonéis; orad y velad conmigo, porque mi hora está cerca; los que me entregan ya están en camino, por sus frutos los conoceréis.
Mijn kinderen, de dagen van mijn lijden komen naderbij, laat mij niet in de steek, bidt en waakt met mij, want het uur is nabij; zij die mij zullen uitleveren zijn al onderweg, aan hun vruchten zal men hen herkennen.