Si te presentas enfermo, mejor podrías estar muerto.
Als je ziek komt opdagen, ben je er geweest.
Si no te presentas tendrás que declararte culpable.
Als je niet komt opdagen, moet je schikken.
Si no te presentas, tu amigo será la comida del vorlon.
Als je niet komt opdagen, voeren we je maat aan de Vorlon.
Sí. Y si te presentas con una gabardina Y nada debajo...
En als je komt in een regenjas zonder iets er onder.
No sé qué he estado haciendo, y luego te presentas tú.
Ik weet niet wat ik heb gedaan en toen verscheen jij.
Me presentas a un tipo que puede formar una oración completa.
Je stelt me voor aan een jongen die een volzin kan vormen.
Beckett, si te presentas, te ayudaré con la campaña.
Beckett, als je rennen, ik hulp bij uw campagne.
Tú me presentas a un hijo que no le importaría ayudarle.
Jij laat me je zoon zien, die hem graag zou helpen.
Te presentas aquí a decir lo que has dicho justo ahora.
Je komt hier helemaal heen om te zeggen wat je net zei.
Por como presentas los hechos, ganas o pierdes un caso.
Je wint een zaak met hoe je de feiten presenteert.
Dice que si no te presentas mañana, vas a estar en problemas.
Er staat in dat je problemen krijgt als je daar morgen niet heengaat.
Tomaste una decisión y ahora la presentas como un hecho.
Jij hebt dit besloten en nu breng je het als een feit.
Si no te presentas, este lugar descenderá al caos.
Als jij niet komt opdagen verzandt het hier in chaos.