Si se lo vendes a estos hombres va a haber caos.
Tu eres el hombre y la vendes por cinco.
Aquí es donde vendes tus habilidades, experiencia, y cualidades personales.
In dit onderdeel verkoop je je vaardigheden, ervaringen en persoonlijke kwaliteiten.
Hoy en día vendes calzado deportivo en tu sitio web.
Vandaag de dag verkoop je misschien hardloopschoenen op je website.
Ya ven, cuando eres un científico, vendes ideas constantemente.
Als wetenschapper ben je altijd ideeën aan het verkopen.
Vamos, tu compras y vendes piezas todo el día.
Onderdelen kopen en verkopen is je werk.
Le vendes una docena de coches durante toda su vida.
Tijdens zijn leven verkoop je hem er een dozijn.
O lo vendes o me lo compras al mismo precio.
Verkopen of mij uitkopen voor dezelfde prijs.
Luego lo vendes por una pequeña fortuna.
Dan verkoop je het aan hun voor een klein fortuin.
No le vendes a un hombre un coche.
Je verkoopt niet één auto aan iemand.
Tú vendes vino y dices que eres religioso.
Je verkoopt wijn en noemt jezelf een gelovige.
Y aún así lo vendes como café premium.
En toch verkoop je dit als premium koffie.
No están comprando lo que vendes, amiga.
Ze geloven niet wat je verkoopt, vriendin.