Download for Windows Premium
Publiciteit
Learn
/lɜː n/
/lɜː rn/
Learn today what you can apply tomorrow in the workplace.
Vandaag leren, wat je morgen op de werkvloer toepast.
Learn to see your own organism from inside, with closed eyes.
Je eigen organisme van binnenuit leren bekijken met gesloten ogen.
Learn who you are, connect with your higher selves.
Ontdek wie je bent, verbind je met jullie hogere zelf.
Learn what makes Avanade different-and how we help each other grow.
Ontdek wat Avanade anders maakt en hoe we elkaar helpen groeien.
Learn when their packages will arrive and how much shipping will cost.
Vernemen wanneer hun pakket zal aankomen en hoeveel de verzending kost.
Learn to play the electric piano to explore electronic music styles.
Leer elektrische piano spelen om verschillende elektronische muziekstijlen te ontdekken.
Learn to know your rights to protect yourself during a police stop.
Leer je rechten kennen zodat je jezelf kunt beschermen tijdens een politiecontrole.
Learn in this tutorial how easy you can rotate a pattern.
Leer in deze oefening hoe eenvoudig je een patroon kan draaien.
Learn to trust and ask for guidance when you are unsure.
Leer te vertrouwen en vraag om leiding als je onzeker bent.
Learn and experience some of those traditions in the following hotels.
Leer en ervaar enkele van deze tradities in de volgende hotels.
Learn to sail or hire a boat and explore the waters.
Leer zeilen of huur een boot om het water te verkennen.
Learn to keep them in against the sides of the body.
Leer om ze tegen de zijkanten van je lichaam te houden.
Learn to convey your message more effectively and with more impact.
Leer je boodschap effectiever en met meer impact over te brengen.
Er zijn geen resultaten gevonden voor deze term.

Uitdrukkingen met Learn: voorbeelden en bijbehorende vertalingen in het Nederlands

learn by heart v.
uit het hoofd leren
"He learned the speech by heart after practicing for hours."
learn one's ABCs v.
het alfabet leren
"Children usually learn their ABCs in kindergarten."
learn one's lesson v.
leren van zijn fout
"After the accident, he learned his lesson and drove carefully."
learn someone's lesson v.
zijn les leren · wijs worden
"After the accident, he learned his lesson about speeding."
live and learn v.
leven en accepteren
"She missed the bus but shrugged it off saying you live and learn."
never too old to learn exp.
je bent nooit te oud om te leren
"Grandma started painting at 70, proving you're never too old to learn."
learn by rote v.
uit het hoofd leren
"Some students learn by rote for their exams."
! learn off by heart v.
uit het hoofd leren
"She had to learn the poem off by heart."
learn one's place v.
je plaats leren kennen
"As a rookie, he quickly learned his place on the team."
! learn the hard way v.
op de harde manier leren
"He had to learn the hard way after losing his job."
! learn the ropes v.
de kneepjes van het vak leren
"She quickly learned the ropes at her new job."
! learn off v.
uit het hoofd leren
"She learned off the poem for the recital."
learn one's lessons v.
zijn les leren · leren
"He finally learned his lessons after many failures."
you're never too old to learn exp.
je bent nooit te oud om te leren
"You're never too old to learn new skills or hobbies."
learn at one's mother's knee v.
leren van jongs af aan
"She learned to cook at her mother's knee."
learn at someone's knee v.
leren van · opdoen bij
"She learned at her grandmother's knee."
that'll learn you exp.
dat zal je leren
"That'll learn you not to touch the hot stove!"
learn more v.
meer leren · meer te weten komen
"I want to learn more about ancient history."
! learn the ABC's v.
het alfabet leren
"Children learn the ABC's in kindergarten."
keen to learn adj.
leergierig · gretig om te leren
"She is always keen to learn and asks many questions in class."

Synoniemen voor Learn in het Engels

Woord & uitdrukking van de dag
Afbeelding van de dag
chalkboard: dark board for writing with chalk
Ontdek het woord
Publiciteit

Suggesties

Resultaten: 69368. Exact: 69368. Verstreken tijd: 221 ms.

Veel voorkomende woorden: 1-300, 301-600, 601-900

Frequente korte uitdrukkingen: 1-400, 401-800, 801-1200

Frequente lange uitdrukkingen: 1-400, 401-800, 801-1200