Two pairs of chopsticks were placed neatly by the dinner plates.
Er waren twee paar eetstokjes netjes naast de borden gelegd.
Two pennies rolled across the wooden table during the game.
Tijdens het spel rolden er twee centen over de houten tafel.
Two groups marched on opposing sides of the street to protest.
Twee groepen liepen aan weerszijden van de straat om te protesteren.
Two children in nappies sat together on the play mat.
Twee kinderen in de luiers zaten samen op de speelmat.
Two pages of writing should suffice for this short assignment.
Twee pagina's tekst zouden genoeg moeten zijn voor deze korte opdracht.
Two pairs can be tricky to beat if you play them well.
Twee paar zijn lastig te verslaan als je ze goed uitspeelt.
Two hundred dollars for that tiny hotel room was daylight highway robbery.
Twee honderd euro voor die piepkleine hotelkamer was gewoon pure afzetterij.
Two trains run parallel on adjacent tracks heading to the same destination.
Twee treinen rijden naast elkaar op aangrenzende sporen naar dezelfde bestemming.
Two contending friends had a disagreement about the trip destination.
Twee ruziënde vrienden kregen onenigheid over de bestemming voor hun reis.
Two young lawyers are in the frame for partnership this year.
Twee jonge advocaten zijn dit jaar in de running voor het partnerschap.
Two cars might collide if they don't stop at the traffic light.
Twee auto's kunnen op elkaar botsen als ze niet bij het stoplicht stoppen.
Two planets might collide in a distant galaxy over millions of years.
Twee planeten kunnen in een verre melkweg na miljoenen jaren op elkaar botsen.
Two months after the flu, she felt sound as a pound again.
Twee maanden na de griep voelde ze zich weer helemaal kerngezond.