During the storm, a tree branch burst through the window.
Tijdens de storm sloeg een boomtak dwars door het raam heen.
You can tell a tree's health by examining its bark.
Je kunt aan de schors zien hoe gezond een boom is.
In the garden, a chameleon rested silently on a tree branch.
In de tuin zat een kameleon roerloos op een tak te rusten.
She climbed a tree that was quite high for her age.
Ze klom in een boom die voor haar leeftijd vrij hoog was.
The cyclist knocked his head against a tree branch after falling.
De fietser stootte zijn hoofd tegen een tak nadat hij was gevallen.
The family bought a tree farm to grow and sell oak trees.
I sketched a tree using a blue coloured pencil yesterday.
Gisteren heb ik een boom geschetst met een blauwe kleurpotlood.
We planted a tree in their name to celebrate their fiftieth anniversary.
We plantten een boom namens hen om hun vijftigjarig jubileum te vieren.
During the storm, a tree branch could snap and fall.
Tijdens de storm kan een boomtak afbreken en naar beneden vallen.
The car glanced a tree at an angle, causing only minor scratches.
De auto schampte een boom, waardoor er alleen wat krasjes ontstonden.
The golf shot hit a tree branch and veered away from the target.
De golfslag raakte een tak en week daardoor af van het doel.
The beaver chewed a tree branch before dragging it to the water.
De bever knaagde aan een boomtak voordat hij die naar het water sleepte.
They planted a tree in recognition of the volunteers' contributions.
Ze plantten een boom als eerbetoon aan de inzet van de vrijwilligers.