The idea floated quite beyond what the average mind could grasp.
Dat idee zweefde ver boven wat het gemiddelde brein kan bevatten.
Rising prices can reduce the purchasing power of the average household.
Stijgende prijzen kunnen de koopkracht van het gemiddelde huishouden aantasten.
On an average, students spend around seven hours studying weekly.
Studenten besteden gemiddeld zo'n zeven uur per week aan studeren.
Students on the average score higher on this test than last year.
Studenten halen gemiddeld hogere scores op deze toets dan vorig jaar.
The average bear might not enjoy such an exotic meal regularly.
De doorsnee persoon zal niet vaak genieten van zo'n exotische maaltijd.
For the average bear, this task would take several days to complete.
Voor de doorsnee persoon zou deze taak meerdere dagen in beslag nemen.
On the average, our customers spend about fifty dollars per visit.
Onze klanten geven per bezoek gemiddeld zo'n vijftig dollar uit.
She was proud of her grade point average after a tough semester.
Ze was trots op haar gemiddelde cijfer na een zwaar semester.
The aggregate rainfall this year is higher than the historical average.
De totale neerslag dit jaar ligt boven het historisch gemiddelde.
The patient's recovery speed was below average after the surgery.
Het herstel van de patiënt verliep na de operatie trager dan gemiddeld.
He paid over the odds for a phone with average camera quality.
Hij betaalde meer dan nodig voor een telefoon met een gemiddelde camera.
Her grade point average improved significantly after she started studying harder.
Haar gemiddelde cijfer steeg aanzienlijk nadat ze harder was gaan studeren.
After grading on a curve, the average score rose significantly.
Na het becijferen met een curve steeg het gemiddelde cijfer flink.