You haven't asked me to your home yet, dear.
Je hebt me nog niet mee naar jou gevraagd, lief.
This, dear brother, is not what happiness looks like.
Dit, lieve broer, is niet hoe geluk eruit ziet.
The family home is near and dear, echoing with generations of laughter.
Het ouderlijk huis is hem dierbaar, weerklinkend van generaties gelach.
Her students remain near and dear, though decades have passed since she taught.
Haar leerlingen zijn haar nog steeds dierbaar, ondanks de verstreken decennia.
His father's advice is near and dear, guiding every difficult decision still.
Het advies van zijn vader is hem dierbaar en stuurt nog steeds moeilijke keuzes.
These letters are near and dear, carrying his voice across so many years.
Deze brieven zijn mij dierbaar, zij dragen zijn stem door de jaren.
Her grandmother's locket was near and dear, a constant reminder of family love.
Het medaillon van haar grootmoeder was haar dierbaar, een blijvende familiegroet.
Those dear souls who will share our moment of ultimate joy.
Die dierbare zielen die ons moment van ultieme vreugde zullen delen.
To all you dear people who sit at our table tonight...
Op alle lieve mensen die bij ons aan tafel zitten vanavond...
The wind blows softly into my ear in dear little sighs.
De wind blaast zachtjes in mijn oor. Lieve kleine zuchtjes.
Such a shame our dear sister couldn't join us today.
Zo jammer dat onze lieve zus ons niet kon vervoegen vandaag.
Rose, be a dear and step away from the princess.
Rose, zijn een dierbare en ga weg bij de prinses.
My lord and dear husband... l commend me unto you.
M'n heer en dierbare echtgenoot ik breng je m'n groet over.