Studies in patients with renal impairment show lamivudine elimination is affected by renal dysfunction.
Studies met patiënten met verminderde nierfunctie laten zien dat de eliminatie van lamivudine wordt beïnvloed door renale dysfunctie.
However, based on animal data it is not expected that renal dysfunction will affect the pharmacokinetics.
Echter, op basis van gegevens uit dieren wordt niet verwacht dat een renale dysfunctie de farmacokinetiek zal beïnvloeden.
But there's no liver or renal dysfunction.
Maar er is geen lever- of nierfunctiestoornis.
Monitoring of fluid balance and electrolytes in patients at risk of renal dysfunction is advised.
Het monitoren van de vocht- en electrolytenbalans bij patiënten met het risico van nierfunctiestoornis wordt aanbevolen.
Often the lower back hurts, which gives rise to the possibility of mistakenly diagnosing renal dysfunction.
Vaak doet de lage rug pijn, wat de mogelijkheid van het per ongeluk diagnosticeren van nierdisfunctie geeft.
Since renal dysfunction may decrease the rate of elimination of dexrazoxane, patients with initial impaired renal function should be monitored for signs of haematological toxicity.
Aangezien nierdisfunctie de eliminatiesnelheid van dexrazoxan kan verlagen, dienen patiënten met initiële gestoorde nierfunctie te worden gecontroleerd op tekenen van hematologische toxiciteit.
The proteinuria seen in clinical trials was not associated with renal dysfunction and rarely required permanent discontinuation of therapy.
De proteïnurie gezien in klinische onderzoeken werd niet geassocieerd met nierfunctiestoornis en het was zelden nodig om de behandeling permanent te stoppen.
In multiple myeloma patients, the risk of renal dysfunction may be increased when intravenous bisphosphonates are used in combination with thalidomide.
Bij patiënten met multipel myeloom kan het risico op renale dysfunctie toenemen wanneer intraveneus toe te dienen bisfosfonaten worden gebruikt in combinatie met thalidomide.
Tenofovir is eliminated by renal excretion and the exposure to tenofovir increases in patients with renal dysfunction.
Tenofovir wordt via de nieren uitgescheiden en de blootstelling aan tenofovir neemt toe bij patiënten met renale dysfunctie.
Volume status should be monitored in patients taking tolvaptan because treatment with tolvaptan may result in severe dehydration which constitutes a risk factor for renal dysfunction.
Bij patiënten die tolvaptan gebruiken, moet de volumestatus worden gecontroleerd omdat een behandeling met tolvaptan kan leiden tot ernstige dehydratatie, hetgeen een risicofactor is voor nierdisfunctie.
In patients with severe renal impairment or end-stage renal disease, plasma concentrations may be increased due to alteration of drug absorption, distribution and/or metabolism secondary to renal dysfunction.
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis of terminale nierinsufficiëntie kunnen de plasmaconcentraties toenemen vanwege veranderingen in de absorptie, distributie en/of metabolisering van geneesmiddelen secundair aan de nierfunctiestoornis.
In post-marketing experience, renal dysfunction and cases of acute renal failure have been reported in patients at risk (see section 4.4).
In postmarketing ervaring werden renale dysfunctie en gevallen van acuut nierfalen gemeld bij patiënten die risico liepen (zie rubriek 4.4).
All patients should be screened, in particular patients over the age of 65, for renal dysfunction by obtaining a history and/ or laboratory tests.
Alle patiënten, en met name patiënten ouder dan 65 jaar, moeten op nierdisfunctie worden gescreend door het afnemen van een anamnese en/of door laboratoriumonderzoek.