On va devoir bosser pour de vrai si on veut réussir cet examen.
We zullen echt moeten blokken als we dit examen willen halen.
Le bus vient de passer, nous allons devoir attendre le suivant.
De bus is net weg, we zullen op de volgende moeten wachten.
Je me sentais coupable juste à l'idée de devoir dire un mensonge.
Ik voelde me al schuldig bij de gedachte dat ik zou moeten liegen.
Les travaux de rénovation ne sont pas donnés, on va devoir économiser.
De renovatiewerken zijn niet bepaald goedkoop, we zullen moeten sparen.
Le ministère va devoir donner un coup de rabot dans son budget annuel.
Het ministerie zal dit jaar flink moeten bezuinigen op zijn begroting.
Les concerts ne sont pas donnés cette année, on va devoir choisir.
De concerten zijn duur dit jaar, we zullen moeten kiezen.
Avec l'inflation qui grimpe, on va vraiment devoir serrer la vis.
Met de stijgende inflatie zullen we echt de buikriem moeten aanhalen.
On va devoir se secouer si on veut respecter les délais imposés.
We zullen ons moeten herpakken als we de opgelegde deadlines willen halen.
On va devoir arracher le pansement et annoncer la rupture aux enfants.
We zullen ermee moeten afrekenen en de kinderen de breuk vertellen.
On va devoir réviser à plein gaz si on veut réussir demain.
We zullen vol gas moeten blokken als we morgen willen slagen.
Pour ce jeune patriote, voter est un devoir essentiel envers sa nation.
Voor deze jonge patriot is gaan stemmen een kernplicht tegenover zijn land.
Chaque élève doit rendre un devoir à la maison écrit à l'ordinateur.
Elke leerling moet een op de computer getypt huiswerk inleveren.
Le prof a donné ce devoir difficile par exprès, selon les élèves.
Volgens de leerlingen gaf de leraar die moeilijke opdracht expres.