Download for Windows Premium
Publiciteit
Azaria
Azariah
Amaziah
Uzziah
Azaria
Azarias
Jehoshaphat
Alstoen zag de hoofdpriester Azaria op hem, en al de priesteren en ziet, hij was melaats aan zijn voorhoofd, en zij stieten hem met der haast van daar, ja hij zelfwerd ook gedreven uit te gaan, omdat de HEERE hem geplaagd had.
And Azariah the chief priest and all the priests looked upon him, and behold, he was leprous in his forehead, and they thrust him out from thence; even he himself hasted to go out, because Jehovah had smitten him.
17 Maar de priester Azaria ging hem achterna, en met hem de priesters van de HEERE, tachtig dappere mannen.
And Azariah the priest went in after him, and with him fourscore priests of the LORD, that were valiant men
Het overige nu der geschiedenissen van Azaria, en al wat hij gedaan heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
2 Kings 14:19 2 Kings 14:18 And the rest of the acts of Amaziah, are they not written in
En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman.
And these were the princes whom he had: Azariah the son of Zadok, the priest
Doch Azaria, de priester, ging hem na, en met hem des HEEREN priesters, tachtig kloeke mannen.
And Azariah the priest went in after him, and with him priests of Jehovah, eighty valiant men
2 En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman.
2 and these [are] the heads whom he hath: Azariah son of Zadok [is]the priest
21 En het ganse volk van Juda nam Azaria (die nu zestien jaren oud was), en maakten hem koning in plaats van zijn vader Amazia.
Then all the people of Judah took Azariah, at sixteen years from birth, and they appointed him as king in place of his father, Amaziah.
2 En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman.
2 And these were his chief men: Azariah, the son of Zadok, was the priest
En het gehele volk van Juda nam Azaria in zijn zestiende jaar, en maakte hem koning in plaats van zijnen vader Amazia.
And all the people of Judah took Azariah, which was sixteen years old, and made him king instead of his father Amaziah.
7 En Azaria ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in de stad Davids; en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.
7 Azariah rested with his ancestors and was buried near them in the City of David. And Jotham his son succeeded him as king.
59 Ananias, Azaria, Misaël, als zij geloofd hebben, zijn uit de vlammen behouden.
59: Hannaniah, Azariah, and Mishael believed and were saved from the flame.
Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
After them hath Benjamin strengthened, and Hashub, over-against their house; after him hath Azariah son of Maaseiah, son of Ananiah, strengthened, near his house.
Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
After them repaired Benjamin and Hasshub over against their house. After them repaired Azariah the son of Maaseiah, the son of Ananiah, by his house.
Er zijn geen resultaten gevonden voor deze term.

Synoniemen voor Azaria in het Nederlands

Publiciteit

Suggesties

Resultaten: 88. Exact: 88. Verstreken tijd: 37 ms.

Veel voorkomende woorden: 1-300, 301-600, 601-900

Frequente korte uitdrukkingen: 1-400, 401-800, 801-1200

Frequente lange uitdrukkingen: 1-400, 401-800, 801-1200