Ich sah dich gestern damit, bevor du diesen Termin hattest.
Je had het gisteren nog toen je naar je afspraak ging.
Ach nein, du bist fast zu spät für deinen Termin.
Oh nee, je bent bijna te laat voor je afspraak.
Ich möchte nochmals erläutern, warum dieser Termin eingehalten werden muß.
Ik wil nogmaals beklemtonen waarom we ons aan deze datum moeten houden.
Sie können bis spätestens drei Wochen vor dem gebuchten Termin stornieren.
U kunt annuleren tot maximaal drie weken voor de geplande datum.
Es ist etwas schwierig, einen konkreten Termin zu nennen.
Het is ietwat moeilijk om daarover een hele concrete termijn te geven.
Ich fühle mich so viel wohler zu meinem nächsten Termin zu gehen.
Dan kan ik met een gerust hart naar de volgende afspraak.
Wir machten sofort einen Termin aus, aber sie kam nicht.
We maakten daarna een afspraak, maar die kwam ze niet na.
Es ist wichtig für ihn, einen Termin mit ihm zu vereinbaren.
Het is belangrijk voor hem om een afspraak met hem te maken.
Das ist ein Termin, zu dem ich nicht zu spät kommen möchte.
Dit is een afspraak... waar ik niet te laat voor wil zijn.
Tut mir leid, aber dann kann ich keinen Termin machen.
Sorry, maar als u niet kunt betalen kan ik geen afspraak maken.
Ich habe nicht gelogen, um diesen Termin zu bekommen.
Ik heb niet gelogen om deze afspraak te krijgen, meneer.
Ja, ich war aufgeregt und habe den Termin vorverlegt.
Ja, ik was zenuwachtig, dus ik heb de afspraak verplaatst.
Oh, bevor ich es vergesse, es ist ein früherer Termin freigeworden.
Voor ik het vergeet, er is een eerdere afspraak vrijgekomen.