The burden of guilt weighed heavily on her conscience every night.
Elke nacht drukte de last van schuld zwaar op haar geweten.
His conscience began to torment him after he told the lie.
Na zijn leugen begon zijn geweten hem steeds meer te kwellen.
A guilty conscience made her apologize immediately for the harsh words.
Uit schuldgevoel bood ze meteen haar excuses aan voor haar harde woorden.
Having a guilty conscience, she returned the stolen item anonymously.
Met een schuldgevoel gaf ze de gestolen spullen anoniem terug.
I can sleep peacefully tonight because I have a clear conscience.
Ik kan vannacht rustig slapen omdat ik een zuiver geweten heb.
She confessed her mistake to have a clear conscience at last.
Ze bekende haar fout om eindelijk een schoon geweten te hebben.
She carries that cruel remark on her conscience every single day.
Ze draagt die gemene opmerking elke dag weer op haar geweten.
She listened carefully to her conscience before making the decision.
Ze luisterde aandachtig naar haar geweten voordat ze de knoop doorhakte.
Her conscience was pricking after she cheated on the test at school.
Haar geweten knaagde nadat ze had gespiekt bij de toets op school.
They had an uneasy conscience because they ignored the injured animal.
Ze hadden een slecht geweten omdat ze het gewonde dier hebben genegeerd.
To commit a sin knowingly can weigh heavily on one's conscience.
Bewust een zonde begaan kan zwaar op iemands geweten drukken.
She donated the money back so she could have a clear conscience.
Ze gaf het geld terug zodat ze een zuiver geweten kon hebben.
I'd rather admit the error and have a clear conscience afterward.
Ik beken liever de fout en heb daarna een schoon geweten.