His rude joke could make a bad impression on potential clients.
Zijn botte grap kan een slechte indruk maken op potentiële klanten.
Her unique style makes an impression on friends and strangers alike.
Haar unieke stijl maakt zowel op vrienden als op onbekenden indruk.
This experience will definitely leave a lasting impression on your mind.
Deze ervaring zal ongetwijfeld een blijvende indruk op je geest achterlaten.
His businesslike behavior made a positive impression on the new clients.
Zijn zakelijke gedrag maakte een positieve indruk op de nieuwe klanten.
Their first contact was brief but left a lasting impression.
Hun eerste contact was kort, maar maakte een blijvende indruk.
An indistinct impression of the event lingered in his mind.
Er bleef een vage indruk van het voorval in zijn gedachten hangen.
The sparkling clean bathroom made a great impression on visitors.
De blinkend schone badkamer maakte veel indruk op de bezoekers.
The speed date lasted only ten minutes but made a big impression.
De speeddates duurden maar tien minuten, maar maakten toch veel indruk.
You can make a memorable impression by telling a compelling story.
Je kunt een sterke indruk maken door een meeslepend verhaal te vertellen.
Her polite request made no impression on the stubborn manager.
Haar beleefde verzoek maakte geen indruk op de koppige manager.
You must seize the moment to make a strong impression.
Je moet het moment aangrijpen om een sterke indruk te maken.
People get the wrong impression when they see him angry.
Mensen krijgen snel de verkeerde indruk als ze hem boos zien.
The painting gives off a strong impression of sadness and loss.
Het schilderij wekt een sterke indruk van verdriet en verlies.