Cuando entres en razón, coge tu teléfono y dilo.
Als je het doorhebt, pak de telefoon op en zeg het.
Llámame de nuevo y dilo en castellano.
Bel me terug en zeg het op een normale manier.
Si tienes otra cita, simplemente dilo.
Als je een andere afspraak hebt, kun je dat gewoon zeggen.
Si estás de acuerdo con una persona, dilo en voz alta.
Si eso es lo que quieres de mí, dilo.
Primero dilo en tu mente, pruébalo.
Zeg het eerst in je hoofd, om het uit te testen.
Tómate tu tiempo y dilo en voz alta.
Neem de tijd, en zeg het hardop.
Si te refieres a mí, dilo claramente.
Als je mij bedoelt, zeg dat dan.
Si es eso, dilo, pero deja de ponerte puntilloso.
Als dat zo is, zeg het maar stop met zeuren.
Bueno, lo que hayas venido a decir, dilo.
Wat je ook wilde zeggen, zeg het.
Has venido para decir algo, así que dilo.
Je kwam iets zeggen, dus zeg het.
Descubre lo que quieres decir y dilo.
Zoek uit wat je wilt zeggen en zeg het.
Mírame directo a los ojos y dilo, y te dejaré tranquila.
Kijk me aan en zeg het, dan laat ik je met rust.