Je ne veux pas que tu bouges avant qu'on t'ait examinée.
Ik wil niet dat je beweegt tot we je nagekeken hebben.
Tu bouges les lèvres, et la voix de ton père en sort.
Je beweegt jouw lippen en de stem van vader komt er uit.
Tu bouges, et j'ajoute résistance lors de l'arrestation.
Niet bewegen, anders zal ik er verzet bij arrestatie aan toevoegen.
Si tu bouges, je t'explose la caboche.
Niet bewegen of ik schiet je kop eraf.
Tu bouges l'argent et ça nous fait prendre plus de risques.
Si tu bouges, il n'y a plus de proposition.
Als je je beweegt, gaat het aanbod niet door.
Si tu bouges, ta prochaine pensée sera une balle.
Als je beweegt, gaat je volgende gedachte over een kogel.
Si tu bouges trop, il te coupera la tête.
Als je te veel beweegt, hakt hij je hoofd eraf.
Tu restes dans ce placard et tu ne bouges pas.
Ik wil dat je hier op de wc blijft, en niet beweegt.
Comme quand tu enfiles un gant et que tu bouges les doigts.
Alsof je een handschoen aantrekt en de vingers beweegt.
Si tu bouges trop vite, ça se rouvrira.
Als je te snel beweegt, zal het weer open gaan.
Si tu bouges trop, je pourrais...
Luister, als je te veel beweegt dan zou ik...
Ce n'est plus toi qui bouges mais la toile.
Het doek beweegt, en niet jij.