The mirror moved back and forth slightly when the door closed.
De spiegel trilde licht heen en weer toen de deur dichtviel.
The impatient runner paced back and forth before the race began.
De ongeduldige hardloper ijsbeerde heen en weer voordat de race begon.
The punchbag swung back and forth with each powerful punch.
De bokszak slingerde heen en weer bij elke krachtige stoot.
During the earthquake, the buildings seemed to wobble back and forth.
Tijdens de aardbeving leken de gebouwen heen en weer te schudden.
During warm-ups, players repeatedly hit the tennis ball back and forth.
Tijdens het inspelen slaan spelers de tennisbal steeds heen en weer.
In anguish, he rocked back and forth, overwhelmed by grief.
Hij wiegde zichzelf heen en weer, verlamd door verdriet.
He nervously paced back and forth while waiting for the phone call.
Hij liep zenuwachtig heen en weer terwijl hij op het telefoontje wachtte.
In the jerking waters, the boat rocked dangerously back and forth.
In het schokkerige water schommelde de boot gevaarlijk heen en weer.
The jittery athlete paced back and forth before the competition started.
De gespannen sporter liep onrustig heen en weer voordat de wedstrijd begon.
The pendulum moves back and forth with a steady rhythm.
De slinger beweegt heen en weer in een gelijkmatig ritme.
He moves back and forth nervously before giving his speech.
Hij loopt zenuwachtig heen en weer voordat hij zijn toespraak houdt.
I often move back and forth before making an important decision.
Ik twijfel vaak heen en weer voordat ik een belangrijke beslissing neem.
He paced furiously back and forth, frustrated with the situation.
Hij liep driftig heen en weer, gefrustreerd over de hele situatie.