We had to stand on line for tickets at the concert.
We moesten in de rij staan voor kaartjes voor het concert.
People stand on line patiently at the bus stop every morning.
Mensen staan elke ochtend geduldig in de rij bij de bushalte.
Refusing to stand was an act of defiance during the national anthem.
Niet willen opstaan tijdens het volkslied was een duidelijk teken van verzet.
They want their children to stand on their own feet someday.
Ze willen dat hun kinderen later op eigen benen kunnen staan.
The flattened roof was no longer safe to stand on.
Het ingezakte dak was niet langer veilig om op te staan.
Friends stand around the campfire telling stories on a chilly night.
Vrienden staan rondom het kampvuur verhalen te vertellen op een frisse avond.
When I stand before you, I speak with complete honesty.
Als ik tegenover je sta, spreek ik volkomen eerlijk.
During the festival, people stand in line to buy souvenirs.
Tijdens het festival staan mensen in de rij om souvenirs te kopen.
Players who stand offside risk losing possession of the ball.
Spelers die buitenspel staan, riskeren balverlies voor hun team.
They stand on line during the lunch break to buy food.
In de lunchpauze staan ze in de rij om eten te kopen.
They stand ready to intervene in case of a dispute or conflict.
Zij staan klaar om in te grijpen bij een ruzie of conflict.
We must stand strong together to overcome these tough obstacles.
We moeten samen sterk staan om deze zware obstakels te overwinnen.
People stand three deep on the sidewalk during the festival.
Mensen staan in drie lagen dik op de stoep tijdens het festival.