On partage une seule coupe glacée, mais chacun reçoit sa propre cuillère.
We delen één ijscoupe, maar iedereen krijgt zijn eigen lepeltje.
On peut diviser l'addition, comme ça chacun gère son propre budget.
We kunnen apart afrekenen, zodat iedereen zijn eigen budget beheert.
Je garde un mouchoir propre dans chaque poche de mon manteau d'hiver.
Ik bewaar in elke jaszak van mijn winterjas een schoon zakdoekje.
Elle essuya la bouche de son fils avec une serviette de table propre.
Ze veegde de mond van haar zoontje af met een schoon servet.
La boulangerie organise parfois des ateliers pour apprendre à faire son propre pain.
De bakkerij organiseert soms workshops waar je leert zelf brood te bakken.
Avec une cuillère de bois propre, mélange bien les légumes au fond.
Roer de groenten onderin goed om met een schone houten lepel.
Ma grand-mère brode le prénom de chacun sur sa propre serviette à main.
Mijn oma borduurt de naam van iedereen op zijn eigen handdoek.
Il préfère se confier à un collègue plutôt qu'à son propre frère.
Hij neemt liever een collega in vertrouwen dan zijn eigen broer.
Dans l'armoire, chaque manteau a son propre cintre en bois solide.
In de kast heeft elke jas zijn eigen stevige houten kleerhanger.
Je me trompe des fois de chemin, même dans ma propre ville.
Ik neem soms de verkeerde weg, zelfs in mijn eigen stad.
Ne viens pas salir le sol propre avec tes chaussures pleines de boue.
Kom de schone vloer niet weer vies maken met je modderige schoenen.
Le barman essuie chaque pinte propre avant de la remplir à nouveau.
De barman maakt elk schoon pintglas droog voordat hij het opnieuw vult.
Chaque écluse le long du canal est numérotée et possède un nom propre.
Elke sluis langs het kanaal is genummerd en heeft een eigen naam.