Rustig aan, schat, je maakt de buren nog wakker.
Tranquilo dulzura, despertarás a los vecinos.
Rustig aan... dat schilderij is meer waard dan mijn auto.
Rustig aan, ze zei dat ze eerst met papa wilde overleggen.
Cálmate, ella dijo que quería ver primero a su papá.
Ik dacht dat ik iemand geraakt had, maar... - Rustig aan.
Pensé que golpear a alguien, pero ahora el - Cálmate.
Rustig aan, de weg is verschrikkelijk en we hebben geen haast.
Rustig aan, ik wil zien hoe je het doet.
Rustig aan, dat is de baas van de krant.
Cálmate, es el dueño del periódico.
Rustig aan, het duurt maar een dag of twee.
Cálmate, sólo serán un par de días.
Rustig aan, hij is een beetje te oud voor je.
Tranquila. Él es un poco grande para ti.
Rustig aan. Het is een vrouw die ik laatst ontmoette.
Tranquila, es una mujer que conocí el otro día.
Rustig aan, deze handboeien zijn onschadelijk, tenzij je ze breekt.
Tranquilo. Estos grilletes no hacen daño, a menos que los abras.
Rustig aan met die suiker. - Pa, ik heb altijd zoveel.
Tranquilo con el azúcar. Papá, siempre me sirvo la misma cantidad.
Rustig aan. - Ze wilde hier wel zijn want we hebben nieuws.
Cálmate. - Ella quería estar acá porque tenemos novedades.