Time seemed infinitely stretched during the long, quiet afternoons.
De tijd leek eindeloos uitgerekt tijdens de lange, stille middagen.
Time, in theory, can go on infinitely without an end.
De tijd kan in theorie oneindig doorgaan, zonder einde.
Time helps to heal the wounds of a painful accident.
Tijd helpt de wonden van een pijnlijk ongeluk te genezen.
Time is a slippery concept when thinking about the past and future.
Tijd is een ongrijpbaar begrip als je nadenkt over verleden en toekomst.
Time can sneak up on us, making tasks pile up unexpectedly.
De tijd kan je besluipen, waardoor taken zich ineens opstapelen.
Time moves through history, bringing change to every generation.
De tijd schrijdt door de geschiedenis en brengt elke generatie verandering.
Time seems to go by faster when you are having fun.
Het lijkt alsof de tijd sneller gaat wanneer je plezier hebt.
Time to spare allowed her to relax and enjoy the evening.
Doordat ze tijd over had, kon ze rustig van de avond genieten.
Time flew by at the festival because there was always something happening.
Op het festival vloog de tijd voorbij, omdat er altijd iets gebeurde.
Time and effort weld old friends into a tight-knit circle.
Tijd en inzet maken van oude vrienden een hechte vriendengroep.
Time flies when grandparents watch their grandchildren grow taller every visit.
De tijd vliegt wanneer grootouders hun kleinkinderen bij elk bezoek zien groeien.
Time flies whenever I'm reading a gripping novel late into the night.
De tijd vliegt wanneer ik laat op de avond een meeslepende roman lees.
Time is critical because compound interest grows exponentially, not linearly.
Tijd is cruciaal, omdat rente-op-rente niet rechtlijnig maar steeds sneller groeit.