In medieval sermons, heretics were often described as the devil incarnate.
In middeleeuwse preken werden ketters vaak beschreven als de duivel in eigen persoon.
In their furious letters, protesters called the corrupt tycoon the devil incarnate.
In hun woedende brieven noemden betogers de corrupte magnaat de duivel in eigen persoon.
The little devil rang all the doorbells and then ran away laughing.
Die deugniet belde bij iedereen aan en rende toen lachend weg.
The old devil played pranks on everyone during the family reunion.
Die ouwe deugniet haalde tijdens de familiereünie met iedereen grappen uit.
Your brother is a little devil; he put salt in my coffee.
Je broertje is een flinke deugniet; hij deed zout in mijn koffie.
Their youngest is a little devil, forever sneaking extra desserts after dinner.
Hun jongste is een echte deugniet, die stiekem altijd extra toetjes pakt.
The little devil swapped the sugar and flour before we started baking cookies.
Die deugniet verwisselde de suiker en bloem voordat we koekjes gingen bakken.
That little devil slipped a fake spider into his teacher's desk drawer today.
Die deugniet stopte vandaag een nepspin in het bureau van zijn lerares.
Everyone laughed when the old devil hid their keys as a playful joke.
Iedereen moest lachen toen die ouwe deugniet hun sleutels verstopte als plagerijtje.
My niece is a little devil, but her pranks are harmless and funny.
Mijn nichtje is een enorme deugniet, maar haar streken zijn onschuldig en grappig.
If you want to stop the devil, this is how.
Als je de duivel wilt stoppen, is dit dé manier.
Now, if the devil allows you to... sign this.
Nu, als de duivel het u toestaat,... onderteken dit.
The hotel sign has some kind of a devil on it.
En op het bord van het hotel staat een soort duivel.