She made an unopposed run down the field for a touchdown.
Ze kon ongestoord over het veld rennen en scoorde een touchdown.
The cramping in her legs made it difficult to run quickly.
De kramp in haar benen maakte het moeilijk om hard te rennen.
Many little people run small shops and know their customers personally.
Veel gewone mensen runnen kleine winkels en kennen hun klanten persoonlijk.
She improved her speed by practicing the shuttle run every morning.
Ze werd sneller door elke ochtend de shuttle run te oefenen.
Students in the sports club run a good race every year.
De leerlingen van de sportclub lopen elk jaar een sterke race.
The development and testing phases run parallel to speed up delivery.
De ontwikkel- en testfase lopen gelijktijdig om de oplevering te versnellen.
It's difficult to run quickly in shoes with a stiletto heel.
In schoenen met een naaldhak is het lastig om hard te rennen.
Surging adrenaline helped her run faster during the intense race.
Een stoot adrenaline hielp haar sneller te rennen tijdens de zware race.
He took a big swallow of water after the long run.
Na de lange run nam hij een flinke slok water.
The athletes run about the field during their warm-up exercises.
De atleten rennen over het veld terwijl ze hun warming-up doen.
The kittens run about the house, playing with yarn and toys.
De kittens rennen door het huis en spelen met wol en speelgoed.
The puppies run about the room, tails wagging with excitement.
De puppy's rennen door de kamer, hun staartjes kwispelend van opwinding.
Dogs often run after squirrels in the park just for fun.
Honden rennen in het park vaak voor de lol achter eekhoorns aan.